Lisette Ros: ‘Wie ik ben is een spannende vraag.’

0

Be first to thanks! .

 
Lisette zet zich in voor de LHBTI+ gemeenschap in alles wat zij doet, want dit is haar leven en zij maakt hier onderdeel van uit. Ook betrekt zij dit binnen haar lesprogramma’s. Zo heeft ze Paarse Vrijdag op een basisschool in Amsterdam mogen inrichten en invullen met haar eigen programma voor verschillende groepen leerlingen. ‘Fantastisch om mee te maken en zeer hoopgevend,’ zegt Lisette daarover, die zelf het liefst zo min mogelijk mensen labelt.
 

Wie ben je en wat doe je?

Mijn naam is Lisette Ros, Ik woon in Amsterdam en ik ben kunstenaar (conceptueel / performance). Wie ben ik? is direct een spannende vraag om te beantwoorden, want wat houdt dit in? Een van de doorlopende onderzoeken waar ik mee bezig ben is de My Self-reeks, waarbij ik het Zelf en het identificatieproces onderzoek. Ik zet mijzelf – mijn lichaam, geest en energie – hierbij in als middel.

Dit is voor mij een heel therapeutisch proces, maar het geeft ook kritiek op de mens. De vraag ‘wie ben ik’ is een lastig construct. Identiteit en de vloeibaarheid daarvan is iets wat ik dagelijks aan het uitzoeken ben, bijvoorbeeld door ermee te spelen via mijn uiterlijk, maar ook gerichter in mijn kunst.


Ik kom oorspronkelijk uit Hilversum, heb een branding achtergrond en daarna een master behaald in de kunsten. Gelijk hierna, op mijn 23e, ben ik mijn bedrijf begonnen. Tussendoor ben ik ook ergens begonnen met papieren te behalen om als gastdocente aan de slag te gaan. Eerst vanuit derden, daarna vanuit mijn eigen bedrijf; dat doe ik nog steeds en inmiddels ontwikkel ik mijn eigen lesprogramma’s over onderwerpen zoals (de vloeibaarheid van) identiteit, hokjesdenken en vooroordelen bevragen, kwetsbaar durven opstellen en dit inzetten als kracht, anders leren kijken/denken.

‘Als je mij echt wilt leren kennen, zul je je moeten verdiepen in mijn kunst.’

Alles met creatieve ondertoon en natuurlijk verbonden aan mij als persoon en kunstenaar. Dit is een belangrijk onderdeel voor mij om mezelf in ‘het veld’ te begeven, mijn visie te kunnen delen, en te onderzoeken wat er zoal speelt in verschillende groepen, niveaus, mensen en leeftijdsklassen van de maatschappij, hetgeen ik weer kan gebruiken voor mijn eigen onderzoeken.

Je bent een visual artist. Was er een specifiek moment waarop je zei: ‘Ik wil kunstenaar worden’, of was het een opeenstapeling van ideeën, ervaringen en omgevingsfactoren die je hebben gebracht to waar je nu bent?

Naar mijn idee ‘word’ je niet zomaar een kunstenaar, dat zit al in je. Het gaat erom dat je je leert open te stellen in elke vezel van je lichaam om inspiratie te kunnen ontvangen, en je eigen ontwikkelingen te leren herkennen, zodat je een autonomie kunt nastreven en ‘eigen’ leert te zijn. Natuurlijk zijn er bepaalde keuzes in je leven waardoor je skills aangereikt en aangeleerd krijgt, dat draagt beslist bij. Mijn pad is anders geweest dan menig kunstenaar, kijk maar naar mijn achtergrond; daar word(t) (ik) overigens nog steeds op afgerekend en neergekeken vanuit bepaalde hoeken.

Wat mij betreft doet dat er niet toe, uiteindelijk ligt het juist aan de gevoeligheden, gebeurtenissen en interne ontwikkelingen op het pad dat je bewandelt en vaak heb je daar als jong mens helemaal niet de eigen keuze in. Een pad wordt je eerst opgelegd of getoond vanuit de ander, en daarna moet je het zelf gaan uitzoeken. Ik ben altijd meer geïnteresseerd geweest in de olifantenpaden.

Kun je wat meer over je performances vertellen? Wanneer en hoe zijn zij gestart? Was er een bepaalde inspiratie? Wat zijn de vijf belangrijkste kenmerken van je werk? 

Om het kort te houden: ik maak werk over routinegedrag, dagelijks ritme, conventies en met name de vanzelfsprekendheid daarvan. Ik probeer mijn onderwerpen altijd uit te filteren tot bijvoorbeeld een bepaalde handeling en mij uit te dagen tot de bewustwording van traagheid in plaats van klakkeloos mee te gaan met de snelheid. Dit is erg lastig in de maatschappij waar wij nu in leven, en oefenen doe ik elke dag.


Mijn onderwerpen komen meestal voort uit frustraties of dingen die mij opvallen, vaak door de confrontatie(s) hiermee met mijzelf. De visuele vertaling van een onderzoek kan heel verschillend zijn, van audiowerk tot live performance tot film, maar het is altijd performatief: ik gebruik altijd mijzelf om onderzoek te doen.

Ik ben begonnen performance als kunstvorm te onderzoeken, doordat een belangrijk extern figuur tijdens mijn masterstudie (2012) hiermee aan kwam zetten, naar aanleiding van mijn proces tot dan toe. Na veel psychologische gesprekken, diepgang, confrontaties en vurige discussies, voelde ik me vreselijk bloot(gesteld) en onder de loep gelegd, maar ook (eindelijk) echt gezien. Dit was iemand die ik niet zo gemakkelijk voor de gek kon houden of om mijn vinger kon winden. Hij is de eerste geweest die letterlijk aangaf dat ik, Lisette Ros, de meest interessante, gelaagde figuur was in mijn werk.

‘Daarnaast vind ik het belangrijk om uit te stralen dat er niet één ‘ik’ bestaat, maar meerdere, en dat die allemaal onderzocht mogen worden en aandacht verdienen.’

Door de intensieve studieperiode met hem, het mentorschap wat hij bood en de verstandhouding die we hadden opgebouwd, ben ik mij bewust gaan verdiepen en gaan experimenteren in en met kunstvorm. Dit bleek op dat moment de meest passende vorm te zijn om mijn visie, onderzoek, struggles, issues en mijn therapieën mee te vertalen, en dat is het vandaag de dag nog steeds.

Nu terugkijkend, was ik altijd al bezig met aspecten die snijden met deze vorm van performance kunst, maar dat had ik tot dan toe nooit zelf “gezien” of kunnen aanstippen.

Wat zijn de sleutelbegrippen van je werk? Bijvoorbeeld, als iemand je werk nog niet kent? 

Zie bovenstaand. Aanvullend daarop: ik heb dus bijvoorbeeld werk gemaakt over zitgedrag, de conventie van een rondje lopen, in slaap vallen, maar ook conceptueler: over adem (happen), zelfverwoesting/zelfverheerlijking en het identificatieproces. Leidende factoren zijn mijn (vloeibare) identiteit, de zone van ongemak, bewustwording, herhaling, het identificatieproces, routinegedrag, filosofie en maatschappelijke kwesties: wat is er gaande?

 Je kleedt je uit voor publiek. Hoe was dat om voor het eerst te doen? Moet je eigenlijk officieel toestemming hebben om ergens naakt op te treden? 

Poe, ik denk dat de eerste ‘officiële’ keer de lancering van mijn werk My Self, the Fetus moet zijn geweest, in Rotterdam, tijdens een expositie in 2015. Maar in mijn leven was dit al veel eerder: tijdens omkleedmomenten met sport of modellenwerk, en natuurlijk allereerst toen ik als mens geboren werd.


Nee, dit was niet lastig voor mij. Alhoewel het natuurlijk wel een belangrijke stap was in het onderzoeken, ervaren en voelen van mijn kwetsbaarheden. Dat is het nog steeds. Toestemming? Geen idee, ik weet daar niks van om eerlijk te zijn. Dat vind ik ook niet zo interessant: mijn concepten zijn het belangrijkste, als het het beste is om die concepten en hun boodschappen naar buiten te brengen zonder kleding, dan doe ik dat. Kleding brengt namelijk veel betekenissen en associaties met zich mee, dit kan verwarrend werken in mijn kunst.

Wat is de boodschap van of achter je kunst?

Het proces is het werk. Een van mijn boodschappen is dus om die kwetsbaarheden en gevoelens te ontdekken en dit te leren in te zetten als kracht in plaats van wat de maatschappij ons oplegt. Allereerst in jezelf, daarna ook met aandacht voor de ander. Ik vind het daarom ook heel belangrijk om mij te begeven op verschillende lagen van de samenleving, en heb juist heel erg oog en oor voor de kwetsbare mens die altijd moet strijden, vechten en werken om serieus genomen te worden of zelfs gezien, want daar schaar ik een deel van mijzelf ook onder.

Daarnaast vind ik het belangrijk om uit te stralen dat er niet één ‘ik’ bestaat, maar meerdere, en dat die allemaal onderzocht mogen worden en aandacht verdienen. Een levensproject. Dit kan wat mij betreft niet vroeg genoeg beginnen in de educatie. Nog een boodschap van mij is om te blijven bevragen en vooral niet alles zomaar klakkeloos aan-/over te nemen.

Laat ik overigens het plezier en de humor niet vergeten: beslist zeer belangrijke pijlers in mijn leven en dus mijn werk. Ik heb vrij veel lol met- en om mezelf.

‘Naar mijn idee ‘word’ je niet zomaar een kunstenaar, dat zit al in je. Het gaat erom dat je je leert open te stellen in elke vezel van je lichaam om inspiratie te kunnen ontvangen.’

Alles wat ik doe, definieert mij of iets in mij. Als je mij echt wilt leren kennen, zul je je moeten verdiepen in mijn kunst. Het is lastig om een favoriet werk aan te geven, omdat ik nog zo goed kan voelen waarom ik dat gemaakt heb en wat ik daarin ervaar. Ik perform al mijn werken ook nog, omdat een performance nooit hetzelfde is. Ik rehearse nooit, mijn studio bevindt zich voornamelijk in mijn hoofd, mijn inbeelding- en inlevingsvermogen zijn krachtiger dan mijn fysica.

Een werk is nooit ‘af’: het proces is het werk. Soms pak ik iets weer op na lange tijd en heb ik nieuwe inzichten vanuit mijn eigen ontwikkeling verkregen; dan ga ik daar weer mee aan de slag. Het moment dat ik een vaststaand gegeven als bijvoorbeeld een choreografie zou bedenken voor mezelf, of dat ik een performance vanuit de automatische piloot zou doen, is het moment dat ik het wegleg. Dan vind ik het niet meer interessant en is mijn gevoel van ongemak ineens overgegaan in comfort; dan wordt het heel erg lastig om overtuigend te zijn in wat ik laat zien, dat voelt het publiek net zo hard als ik.

 Is je manier van werken veranderd door de tijd heen. Is er ergens ooit iets baanbrekends geweest? 

Ik ben meer aan het professionaliseren en internationaliseren geraakt. Ik heb meer bekendheid en zichtbaarheid verkregen, maar het is nooit genoeg: het kan altijd beter. Mijn doorzettingsvermogen is stabieler geworden en misschien ikzelf ook wel. Soms vind ik dat ook wel heel erg eng, maar bewust ermee bezig zijn en soms gewoon enorm lopen te kutten, helpen wel. Ik moet mij niet teveel door de buitenwereld laten beïnvloeden, want mijn gevoel, energie en intuïtie weten het beter; dat is met de social media best een taak op zich. Ik ben benieuwd waar dat allemaal naartoe gaat. Je staande houden in de huidige tijd – met het vizier op onze toekomst – is niet vanzelfsprekend.

De meest baanbrekende ervaring in mijn practice? Daar vraag je me wat… Ik doe hele toffe dingen, maar die ervaring moet nog komen natuurlijk.

Heb je nog meer passies buiten kunst? Waar haal je je inspiratie vandaan? 

Beslist! Alles is wel in een web met elkaar verbonden, maar ik ben ook dol op muziek, dansen, koken, filosoferen, reizen, grappen maken, lezen, m’n vrienden. Dat kan gelukkig allemaal samen wisselwerken in mijn web, en zijn ook belangrijke invloeden voor mij.


De meeste inspiratie haal ik van de straat en uit de filosofie; met name het straatleven en straatbeeld. Daarbij vind ik de kwetsbare groepen in de maatschappij het meest interessant. Dat kunnen groepen zijn zoals daklozen, mensen met psychiatrische- of lichamelijke problemen, of verslaafden. Dit zijn mensen die op hun eigen manier niet binnen de huidige systemen passen. Ik vind het inspirerend om het gesprek aan te gaan. Als je je daarvoor opent, dan merk je dat er overal een bijzonder verhaal aan vastkleeft.

Qua createurs vind ik filosoof Michel Foucault, Lacan en Henk Oosterling altijd inspirerend. Ook zijn Tracey Emin, Carolee Schneemann, Marina Abramovic en Orlan mijn heldinnen, en natuurlijk de garde Chinese (performance) kunstenaars uit de jaren zeventig; daar kijk ik wel tegenop. Verder op dat gebied is Ulay een van mijn idolen.

Zelf heb ik ooit met hem biertjes gedronken op het terras. Stuk voor stuk vind ik hen, naast kunstenaars, grote denkers. Er bestaat een soort rode lijn in hun gedachteprocessen, waar zij af en toe een uiting bij creëren en daarmee naar buiten treden. Ik kan over allen uren praten en de energie in mijn lichaam voelen stromen.

Gaykrant

*

Tags: Kunst

Comments powered by CComment